Hoekjesmens

Ik was in een vorig leven waarschijnlijk een muis, gek op hoekjes en holletjes. Ga ik daarom standaard in een hoekje zitten als ik de kans heb? Het begon vroeger al, toen mijn vrienden en ik in ons geliefde Potter-hoekje speelden. Elke pauze zaten we daar, pratend over onze favoriete tovenaarsleerling. We voelden ons prettig in onze hoek. Dat we de nooduitgang van school blokkeerden, kon ons weinig schelen. Jaren later, toen er werd gevraagd wie er in het achterste appartement van wooncomplex De Roode Eenhoorn wilde wonen, schoot mijn hand direct omhoog. Ik voelde me thuis in de privacy van de nis en kon tegelijkertijd de hele gang overzien. Wat ik niet wist, was dat ik een jaar later weer zou verhuizen naar een appartement die zich wederom in een hoek bevond. Ja, ik denk dat ik kan concluderen dat ik een hoekjesmens ben. Zelfs op de dansvloer starten mijn danspartner Marloes en ik meestal in onze vaste hoek. Macht der gewoonte of met een duidelijke reden? We weten het allebei niet zeker. 'Eigenlijk is het best raar dat we steeds op hetzelfde punt starten', stelde Marloes met een frons vast. Ik haalde mijn schouders op. 'Noem het raar of noem het handig. Je weet tenminste waar je begint en waar je eindigt: meestal ergens in een hoek.' We schoten in de lach. Het is waar, de mens is een gewoontedier, is dat echt zo erg? Ik ben een hoekjesmens, tevreden met het hoekje waar ik nu in zit.

Robin Corbee